030 810 05 00

Of stuur ons een e-mail

Menu

Ophef over vaccinatiegraad: volg de gratis e-learning van het RIVM

Datum: 27 mrt '24

Er is veel commotie en onrust over de dalende vaccinatiegraad en het feit dat er vier baby’s zijn overleden aan kinkhoest. Een toenemend aantal ouders laat zijn kinderen niet meer vaccineren.

Bij de NSPOH wordt in diverse vormen en in het curriculum van verschillende opleidingen aandacht besteed aan vaccineren. Zo zijn de door het RIVM ontwikkelde e-learnings gratis te volgen voor professionals en leren jeugdartsen in opleiding hoe ze het gesprek met ouders aan kunnen gaan.

Het RIVM ontwikkelde de afgelopen jaren meerdere gratis e-learnings voor professionals. Binnen deze online scholing komen verschillende onderwerpen aan bod zoals het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en de implementatie van een nieuw vaccin, zoals recentelijk tegen het rotavirus. Bekijk en volg alle e-learnings hier.

In gesprek met ouders over vaccineren

Binnen de opleiding arts maatschappij + gezondheid met het profiel jeugdarts wordt standaard aandacht besteed aan vaccineren. Docenten vanuit het RIVM geven binnen deze opleiding twee dagdelen onderwijs over het RVP met de meest recente inzichten.

Daarnaast krijgen aios bij de NSPOH meerdere dagen onderwijs over hoe ze het gesprek met ouders aan kunnen gaan. Ze leren daar bijvoorbeeld om niet te overtuigen of te dwingen, maar om open en verhelderende vragen te stellen en door te vragen. Op die manier onderzoeken zij waar eventuele weerstand op gebaseerd is en bespreken ze vragen en twijfels.

In 3 stappen een krachtenveldanalyse maken

Datum: 18 dec '23

Stel, je bent een jeugdarts en je wilt in 2024 het schoolverzuim in jouw gemeente met 10% verlagen. Hoe pak je zoiets aan? Het maken van een krachtenveldanalyse biedt uitkomst.

Redactie en tekst Lie Kietselaer | Inhoud Myriam Gijsbers-van Pesch | Visuals Babs Tersteeg

Een krachtenveld is een schematische weergave van belanghebbenden rondom een vraagstuk. Hiermee krijg je OVERZICHT in rollen, belangen, relaties en invloed en INZICHT in de dynamiek. Daarna kan je goed onderbouwen wat strategisch handig is om te doen.

Als je de term ‘krachtenveldanalyse’ googelt krijg je enorm veel hits. Je kan het op verschillende manieren doen. Een daarvan is de webanalyse. Je werkt hierbij met het principe: verkennen, verplaatsen, verbinden.

Een krachtenveld breng je ideaal gezien in beeld met anderen. Doe je het alleen dan blijf je hangen in je eigen vanzelfsprekendheden. Je komt dan niet veel verder dan wat je al wist.  Vraag dus twee of drie mensen die iets met jouw onderwerp te maken hebben. En een dwarsdenker die er helemaal niks van weet is ook altijd fijn. Die stelt zaken aan de kaak die jij vanzelfsprekend vindt.

KENNISBITE In 3 stappen een krachtenveldanalyse maken voorbeeld lege webanalyse

Stap 1. Verkennen

Doel van verkennen is in kaart brengen wie de belanghebbenden zijn. Het kijken naar belanghebbenden vraagt een bredere blik dan het denken in termen van betrokkenen. Je laat de mensen die je hebt uitgenodigd jou in een aantal rondes bevragen.

Wie worden er geraakt als jij jouw doel behaalt?

Bij goed doorvragen kom je op 8 tot 22 belanghebbenden. Het aantal belanghebbenden bepaalt de grootte van je web. Heb je minder dan 8 belanghebbenden dan kijk je niet breed genoeg, heb je er meer dan 22 dan moet je faseren en een selectie maken.

Veel mensen kiezen er in deze fase voor om te werken met een Exceloverzicht om daarna het web visueel te maken.

Laten we het voorbeeld nemen aan het begin van het artikel. Jij wil als jeugdarts het schoolverzuim in de gemeente Dromenland met 10% omlaag hebben in 2024.

De volgende belanghebbenden komen uit de vragenronde:

  • Mr. Pietersen, directeur grootste middelbare school in Dromenland
  • Mvr. Jansen, beleidsambtenaar Onderwijs, gemeente Dromenland
  • De heer Kortstra, intern begeleider grootste middelbare school in Dromenland
  • Aniek de Jong, eigen leidinggevende JGZ
  • Robert Liekens, stafarts en collega bij JGZ
  • Meneer van Staal, wethouder Onderwijs en Sport in Dromenland
  • ???, Hoofd Onderwijsbeleid (zal er vast zijn, maar we weten nog niet wie het is)
  • Dr. Boogerd, huisarts Dromenland

En zo zijn er nog veel meer te bedenken (de verzuimende kinderen, hun ouders, de jeugdpsycholoog, de leerplichtambtenaar maar voor nu laten we het even hierbij)

Eerste ring: naam en functie

De belanghebbenden zet je in de eerste ring met naam en functie. Dat zijn dus de mensen die iets te verliezen of te winnen hebben als jij je doel bereikt. Denk eraan dat je personen invult en geen organisaties of afdelingen. Als je iemands naam niet weet zet je een vraagteken neer. Alles wat je niet weet is vanaf nu strategische informatie. Laten we beleidsambtenaar mevrouw Jansen als voorbeeld nemen. Die komt dus in de eerste ring te staan.

KENNISBITE In 3 stappen een krachtenveldanalyse maken vorbeeld webanalyse ringen

Stap 2. Verplaatsen

Je gaat de belanghebbenden uitwerken vanuit hun perspectief.

Tweede ring: rol

In de tweede ring zet je de rol van elke belanghebbenden. Welke ROL speelt diegene in relatie tot jouw doel? Het helpt om dan te denken in termen van WERKWOORDEN. Denk aan informatie geven, besluiten nemen, geld beschikbaar stellen, meedenken, advies afnemen, voor de uitvoering zorgen. Hoe concreter, hoe beter. Iemand kan ook meerdere rollen hebben.

De rol van beleidsambtenaar Mevrouw Jansen is in dit geval ‘probleem aankaarten bij wethouder’

Derde ring: belangen

In de derde ring zet je de belangen. Hierbij denk je in termen van WINST en VERLIES. Wat kost het iemand als jij je doel bereikt?  Tijdverlies, zeggenschap, geld.  Of wat levert het iemand op? Aanzien, werkplezier, tijdswinst, beroepstrots.

Het belang van beleidsambtenaar Mevrouw Jansen om het schoolverzuim terug te dringen is dat zij zichzelf zo goed kan positioneren als ambtenaar in de gemeente Dromenland.

Vierde en vijfde ring: mening en houding

In de vierde ring zet je mening en in de vijfde ring houding. In welke mate is deze belanghebbende het EENS of ONEENS met jouw inhoudelijke doel? En welke houding heeft diegene naar jou? En hoe kijken ze naar jouw organisatie?

Op basis van de ringen mening en houding kun je iets zeggen over de kwaliteit van de werkrelatie. Mevrouw Jansen is het eens met het doel en heeft veel vertrouwen in de relatie. Je hebt te maken met een bondgenoot.

Oneens en kritisch? Dan heb je te maken met een opportunist. In totaal zijn er zes kwaliteitsrelaties:

  1. Bondgenoot
  2. Coalitiepartner
  3. Twijfelaar
  4. Opportunist
  5. Opponent
  6. Vijand

Zesde ring: mate van invloed

Hoeveel invloed dicht je de belanghebbende toe in het helpen behalen van jouw doel? Dat kan met een 0 tot 10 schaal of plusjes en minnetjes. Mevrouw Jansen heeft redelijk wat invloed, uiteindelijk bepaalt de wethouder maar als zij niets aankaart gebeurt er sowieso niets.

KENNISBITE In 3 stappen een krachtenveldanalyse maken voorbeeld ingevulde webanalyse

Stap 3. Verbinden

Je hebt in een oogopslag je krachtenveld in beeld. Kleuren maken het geheel nog overzichtelijker. Je ziet meteen waar steun en remming zit, waar macht en invloed zit. Ook kijk je in deze fase naar de dynamiek binnen het krachtenveld, hoe verhouden de belanghebbenden zich tot elkaar? Soms kom je er nu achter dat je nog een belanghebbenden bent vergeten. En zie je door de vraagtekens in een keer wat je nog NIET weet.

Al deze informatie verbind je aan elkaar en geeft antwoord op de vraag: op wie ga ik als eerst mijn pijlen richten om mijn doel te bereiken?

Je bent ongeveer een dagdeel kwijt om je krachtenveld in kaart te brengen. Neem deze tijd. Leg het af en toe even weg en pak het een volgende dag opnieuw op. Het hoeft niet in een keer klaar! En het belangrijkste bij elk onderdeel; laat je bevragen, bevragen en bevragen.

Veel succes met het maken van jouw krachtenveldanalyse!

Kom je er alleen niet uit en wil je een krachtenveldanalyse maken met anderen? Doe dan de nascholing

Effectief doelen bereiken in complexe situaties. Leer werken doormiddel van krachtenveldanalyse.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op 16 februari 2023

 

Rouw bij jonge kinderen, zo ga je er mee om

Datum: 1 dec '23

Kinderen die zich terugtrekken of juist veel meer bij vriendjes willen spelen. Allemaal normale reacties als er een dierbare is overleden in de directe omgeving van een peuter of kleuter. Wanneer is gedrag bij rouw normaal en wanneer wordt het zorgelijk? We spraken met rouwbegeleider en docent bij de NSPOH Hanneke van de Plassche over hoe je als JGZ-professional omgaat met ouders en kinderen na een verlieservaring.

Hoe verloopt een rouwproces bij jonge kinderen?

“Als een kind oud genoeg is om te hechten, is het ook oud genoeg om te rouwen. Vaak wordt gedacht ‘oh maar een tweejarige krijgt er niet veel van mee. Ze kunnen niet vertellen dat ze verdriet hebben.’ Ten onrechte. Een kind heeft wel degelijk door dat het op een andere manier verzorgd wordt. Of mist een bepaalde aanraking en warmte. Ze merken dat er dingen anders zijn in het gezin. Het feit dat ze er nog geen woorden aan kunnen geven, betekent niet dat ze er niets van mee krijgen. Het is heel belangrijk om kinderen mee te nemen in wat er gebeurt. Ook als ze je woorden niet begrijpen. Ze voelen de geruststelling in je stem en de toon die je aanslaat. Tijdens het verschonen kan je zeggen ‘Je hebt misschien gemerkt dat papa er weinig is he? Die moet veel in het ziekenhuis zijn. Maar opa en oma komen voor je zorgen’.”

“Kinderen die de taal wel beheersen, zijn in staat om vragen te stellen. ‘Waar is papa of mama?’ ‘Waarom ben je ziek?’. Zij rouwen in kleine stukjes omdat de capaciteit verdriet te verdragen klein is en hun begripsvermogen beperkt. Daarnaast zijn ze volop in ontwikkeling. Ze leren de taal, vriendschappen sluiten, naar school gaan. Dat gaat in razend tempo en kinderen houden daarbij niet altijd energie en ruimte over om uitgebreid te rouwen. Rouw groeit ook met de levensfases mee. Als ze ouder worden komen er weer nieuwe vragen en kunnen ze meer begrijpen.”

Hoe uit rouw zich in gedrag bij jonge kinderen?

“Sommige kinderen worden stiller en trekken zich terug.  Als één van de ouders uit het gezin overlijdt, dan heb je het als overgebleven ouder zwaar. Een kind dat dan geen aandacht vraagt, kan wel fijn zijn. Maar daar zit ook een risico in. Je kunt dan bijvoorbeeld niet goed in de gaten hebben dat het kind echt heel ongelukkig is of wat het nodig heeft. Kinderen kunnen ook juist drukker worden en ander gedrag vertonen. Ze willen meer buitenshuis afspreken met vriendjes of hebben vaker ruzie.”

“Als een kind ander gedrag vertoont, bijvoorbeeld ineens een ander kind slaan terwijl het dat daarvoor nooit deed, is dat niet meteen een reden om hulp in te schakelen. Het meeste van dit gedrag is volkomen normaal. We moeten als volwassenen niet te snel in paniek raken. Een kind kan dat interpreteren als ‘blijkbaar kan ik dit niet alleen, er is iets met me aan de hand’. Het kind moet juist bemoedigd worden: ‘Ondanks dat je iets heel groots in je leven meemaakt, tonen we samen de veerkracht om hier ook weer bovenop te komen’. Een kind zoekt manieren om met emoties om te gaan. En dat heeft tijd nodig. Kinderen zijn veerkrachtig en ze verdienen het vertrouwen van de mensen om hen heen.”

rouw-bij-jonge-kinderen-en-jgz-nascholing-nspoh

“Het kan heel zinvol zijn om een hulpvolwassene uit de eigen omgeving in te schakelen. Een oom, tante, buurvrouw, leerkracht of trainer waar zij een goede band mee hebben kun je vragen of zij eens het gesprek aan willen gaan met het kind. Of een extra knipoog of schouderklopje kunnen geven. Het zit juist in de kleine gebaren dat kinderen zich gezien voelen. Een hulpvolwassene kan wat zorg overnemen en een veilige plek bieden. Soms is de ouder in het gezin te dichtbij en vindt een kind het makkelijker om met iemand buiten het gezin te praten of om verdriet te laten zien. Kinderen beschermen ouders vaak en willen hen niet nog meer belasten met hun eigen verdriet.”

Wanneer schakel je hulp in?

“Als een kind structureel verstoringen laat zien in de basisterreinen eten, drinken, slapen, plassen, poepen en sociale contacten is dat wel een reden om aan de bel te trekken. Als een kind niet meer wil eten of drinken, zelfstandig durft te slapen of hun hele verteringssysteem vastloopt, is dat een reden om naar de huisarts te gaan.

Wanneer is rouw gecompliceerd?

“Als er sprake is van een overreactie of een onderreactie spreken we van gecompliceerde rouw. Bij een onderreactie gaan kinderen het rouwen stelselmatig uit de weg. Zij willen niet naar het graf, de naam noemen of een kaarsje branden. Bij een overreactie zijn kinderen er zoveel mee bezig dat het hun dagelijks functioneren belemmert. Ze willen elke dag kaarsjes branden, altijd een bepaalde knuffel mee of niet meer met vriendjes spelen. Soms kan dit dwangmatig worden. Het is belangrijk om erachter te komen waarom ze bepaalde handelingen blijven doen. Zijn ze bang dat als ze dat niet doen, ze hun moeder of vader loslaten of vergeten? Je kan dan bevestigen dat hun moeder nog steeds bij het gezin hoort als je een dag geen kaarsje aansteekt of als je plezier maakt met vriendjes.”

Welke verlieservaringen hebben nog meer impact op kinderen?

“Een scheiding is ook één van de grootste verliezen die een kind mee kan maken. Je kan hetzelfde gedrag zien als bij het overlijden van iemand uit het gezin. Houvast zoeken in bepaalde rituelen kan heel rustgevend zijn voor jonge kinderen. Mits het niet steeds groter en uitgebreider wordt. Het is heel begrijpelijk dat ouders dat toelaten, omdat ze hun kind met pijn en verdriet zien en zich vaak schuldig voelen. Maar het is belangrijk om dit te begrenzen en terug te brengen naar hanteerbare proporties.”

Hoe ga je als JGZ-professional om met ouders van kinderen in rouw?

“Ik zie kinderen zelf zo min mogelijk. Ik kijk altijd eerst of er in het eigen sociale systeem een hulpvolwassene ingezet kan worden die zich extra om het kind bekommert. Een JGZ-professional of rouwbegeleider is voor het kind een vreemde en niet per se veilig. Iemand waar een kind al een goede band mee heeft, is om die reden veel geschikter. En daarnaast zijn dat ook de mensen met wie een kind toekomst opbouwt. Niet met een professional.”

“Huisartsen geef ik altijd mee dat zij ouders zo lang mogelijk gerust moeten stellen. En benadrukken dat het normaal is dat kinderen ander gedrag vertonen en zich bijvoorbeeld terugtrekken of juist heel veel van huis willen zijn. Kinderen moeten de tijd krijgen om na een impactvolle gebeurtenis weer terug te veren. Er zelf met regelmaat over praten kan, net als het kind een vraag stellen, blijvend een opening bieden voor gesprek en een aanmoediging zijn om er over te praten.”

“JGZ-professionals wil ik ook meegeven dat zij de ouders kunnen aanmoedigen op hun intuïtie te vertrouwen. Als ze het gevoel hebben dat het niet goed gaat, sowieso aan de bel trekken bij de huisarts. Zij moeten vooral op hun intuïtie afgaan en niet het gedrag van het kind leidend laten zijn. Het ‘niet-pluis’ gevoel van ouders is altijd iets om serieus te nemen.

Meer weten over Rouw en verlies bij kinderen? Meld je aan voor de nascholing ‘Rouw en verlies in de spreekkamer van de JGZ’ van de NSPOH.

Mediatraining voor zorgprofessionals

Datum: 9 mei '23

Ons beeld van de werkelijkheid wordt voor een groot gedeelte gevormd door de media. Ook het beeld dat men van jouw werk als zorgprofessional heeft. Hoe zorg je ervoor dat jouw verhaal goed in de media terecht komt? Daarover gaat de Masterclass Mediatraining van Arian van Kuil tijdens de Midzomerdag ‘Spot on’.

(tekst gaat door onder afbeelding)
Mediatraining voor zorgprofessionals door Arian Kuil Midzomerdag Spot on NSPOH 2023

Wat is jouw achtergrond?

Ik ben vijftien jaar werkzaam geweest als journalist, daarna een vergelijkbare periode als woordvoerder, communicatieadviseur en speechschrijver voor diverse burgemeesters en wethouders. Als journalist versloeg ik ingrijpende gebeurtenissen en (bijna) rampen, als communicatieadviseur zat ik met enige regelmaat in crisisteams. Al die opgedane kennis en ervaringen gebruik ik in mijn mediatrainingen. 

Waarom is het als zorgprofessional belangrijk mediatraining te volgen?

Ons beeld van de werkelijkheid wordt voor het overgrote deel gevormd door media. Ook het beeld dat mensen van jouw werk en het belang daarvan hebben, wordt door die media gemaakt. Daarbij hebben media een eigen specifieke manier waarop ze dat verhaal (over jou) vertellen. Het is wel handig als je daar goed mee om kunt gaan en ervoor kunt zorgen dat die media het goede verhaal vertellen.

Wat wordt er bedoeld met ‘framing’?

Je kunt elk verhaal op verschillende manieren vertellen door een andere invalshoek en selectie van feiten en omstandigheden. Elk verhaallijn, of frame, roept een andere emotie op. Een sterk frame vertelt meteen een heel verhaal. Het woord ‘plofkip’ vertelt bijvoorbeeld veel over het leven van die kip. De introductie van het woord ‘plofkip’ bleek uiteindelijk zeer effectief in het beïnvloeden van het koopgedrag van de consument. En mensen reageren anders als je zegt dat één op de tien mensen met een bepaalde ziekte daaraan overlijdt, of dat je zegt dat 90 procent volledig geneest.

Hoe is mediatraining verandert met de komst van social media?

Traditionele, reguliere media, hanteren journalistieke codes die de betrouwbaarheid van de berichtgeving garandeert. Social media trekken zich daar niets van aan. Berichten op social media zijn daarmee in sterke mate onbetrouwbaar. Die berichten zijn vooral bedoeld om veel bekeken en gedeeld te worden en meningsvorming te beïnvloeden. Ook zijn het open podia voor nepnieuws. De snelheid waarmee ‘nieuws’ wordt gedeeld is enorm toegenomen, mede doordat berichten op social media niet worden gecontroleerd. Onder die druk zijn ook reguliere media sneller gaan publiceren, hierdoor worden ook bij reguliere media feiten vaak minder gedegen gecheckt dan voorheen het geval was en is de toon van de berichtgeving sensationeler geworden. “Wij concurreren niet zozeer met andere media, maar vooral met social media”, vertelde een bevriende hoofdredacteur van een krant mij een paar jaar geleden nog.

Wat kunnen deelnemers verwachten van jouw masterclass?

In mijn masterclass krijg je vooral een inkijkje in hoe journalisten werken en hun ‘verhalen’ maken en waarom ze dat zo doen. En je leert waarom dat werkt. Hoe we in ons brein met feiten, meningen en emoties omgaan en hoe je daar een effectieve verhaallijn mee kunt opbouwen. Je leert hoe je met behulp van media belangrijke boodschappen voor een breed publiek toegankelijk kunt maken. En als je weet hoe journalisten werken en waarom, ga je ook anders naar nieuws kijken en kun je ook beter onderscheid maken tussen waan en werkelijkheid.

De Masterclass Mediatraining is onderdeel van de Midzomerdag ‘Spot on’ 2023. Het thema is jezelf profileren. Benieuwd naar de rest van het programma? Bekijk het volledige aanbod van de Midzomerdag ‘Spot on’ 2023.

“Wicked problems zijn dagelijkse kost”

Datum: 4 mei '23

Wicked problems in de publieke gezondheid zijn aan de orde van de dag. Gezondheidsproblemen worden steeds complexer en vragen een domein overstijgende aanpak. We spraken met Patricia Senden, senior beleidsadviseur Kennis en Innovatie bij GGD Zuid-Limburg, over hoe zij omgaat met deze dagelijkse uitdaging.

Tekst Lie Kietselaer

Patricia Senden werkt sinds 1998 in diverse functies bij de GGD Zuid Limburg en per januari 2023 als senior beleidsadviseur Kennis en Innovatie. “Onze gezondheidsproblemen worden groter en we zien meer ongelijkheid. Mensen uit aandachts- en achterstandswijken hebben meer (gezondheids)problemen dan mensen met een modaal inkomen. Ook is het voor hen lastiger om uit die neerwaartse spiraal van armoede te komen. Eigenlijk is dit een van de grote problemen in Nederland”, vertelt Patricia.

Op 3 februari 2023 ondertekende de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en GGD GHOR Nederland het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) om deze ongelijkheid tegen te gaan. Het akkoord omvat afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040: weerbare, gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis.

Complexe vraagstukken

Heel mooi zo’n akkoord, maar hoe zorg je dat dit werkt? “Er is geen blauwdruk voor de uitwerking van dit akkoord. Er is niemand die zegt hoe het moet. Aan mij, en mijn collega’s van de 25 GGD’en de taak om onze kennis en adviesfunctie over preventie aan te bieden en in te zetten voor en met de 342 gemeenten en te vertalen naar de praktijk. Dit is wel een mooi voorbeeld van de complexe vraagstukken waar we tegenwoordig mee te maken hebben. Met dit wicked problem ben ik de komende 10 jaar wel zoet”, zegt Patricia.

Voor Patricia zijn deze complexe vraagstukken dus dagelijkse kost. Twaalf jaar geleden volgde Patricia de Master Public Health bij de NSPOH. Hier leer je maatschappelijke ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten vertalen naar beleidsadviezen en intersectorale aanpakken. “Er verandert veel in twaalf jaar dus toen ik de Leergang Toekomstgerichte Publieke Gezondheid voorbij zag komen, wist ik meteen dat ik deze wilde volgen. Het is eigenlijk een light variant op de Master Public Health. Een opfriscursus”, zegt Patricia.

Patricia Senden senior beleidsadviseur kennis en innovatie GGD

Casus: schoolverzuim primair onderwijs

Tijdens de zevendaagse Leergang Toekomstgerichte Publieke Gezondheid ga je aan de slag met zelf ingebrachte wicked problems. “Mijn werkgroep ging over gezondheidsproblemen en complexe ongelijkheid.  Als je in armoede leeft heb je ook ongelijke kansen qua gezondheid. Wat betekent opgroeien in armoede? Vanuit dit brede probleem zoomden we steeds verder in en kwamen we uiteindelijk bij een heel concreet probleem: (ongeoorloofd) schoolverzuim in het primaire onderwijs. Een kind dat vaak verzuimt van school, staat al 2-0 achter”, zegt Patricia. Na het vaststellen van het probleem is de groep gaan praten met verschillende belanghebbenden uit de praktijk, zoals een schooldirecteur, jeugdarts en beleidsmedewerker. Aan de hand hiervan maakten zij een krachtenveldanalyse.

Maatjesproject

Uit de brainstormsessies kwam een ‘maatjesproject’ naar voren als een mogelijke oplossing. MBO-studenten die schoolverzuimers uit het primair onderwijs begeleiden. “De MBO-student gaat samen met de schoolverzuimer kijken wat die nodig heeft om weer geactiveerd te worden. Waar slaat de leerling op aan? Wat sluit aan bij de belevingswereld van de leerling? Samen maken ze een plan om diens dromen te realiseren. Wij zijn van mening dat iemand door een positieve benadering lekker in zijn vel gaat zitten en met een doel voor ogen ook weer naar school wil”, legt Patricia uit. “De MBO-student krijgt op diens beurt weer studiepunten voor het begeleiden van schoolverzuimers.” De deelnemers uit de werkgroep hebben allemaal een andere achtergrond. “Er ontstaat een bepaalde dynamiek. Iedereen kijkt vanuit een andere bril naar het probleem. Een jeugdarts kijkt heel anders dan een beleidsmedewerker.”

Tips voor werken met complexe vraagstukken

Wat is nu het allerbelangrijkste volgens Patricia om te onthouden als je met complexe vraagstukken werkt?  “Neem de tijd om na te denken. Bekijk het probleem van alle kanten voordat je gaat handelen. Het is vaak moeilijk om de tijd te nemen, maar het is essentieel om het probleem goed te analyseren en van verschillende kanten te bekijken. Daarnaast: vier je successen. Niet als je over tien jaar je doel hebt bereikt, maar juist de kleine successen. Een nieuwe samenwerking met een ketenpartner of die bijeenkomst met buurtbewoners die goed is verlopen, is ook het vieren waard. Zeker als je met een breed samengestelde werkgroep werkt – zo leer je elkaar kennen en waarderen!”

Wil je meer leren over het werken met wicked problems? Meld je dan aan voor de online  informatiebijeenkomst over de zevendaagse Leergang toekomstgerichte publieke gezondheid van de NSPOH.  

De opkomst van de Arbeid & Gezondheidspsycholoog

Datum: 24 apr '23

Psychische aandoeningen zoals burn-out zijn inmiddels beroepsziekte nummer een. De Arbeid & Gezondheidspsychologie, een jonge stroming binnen de psychologie, houdt zich bezig met het bevorderen van welzijn en gezondheid binnen arbeidssituaties. We spraken met A&G psycholoog en opleider bij de NSPOH Daphne Metsemakers over vooroordelen, werkzaamheden en de opleiding tot A&G psycholoog.

Geschreven door Lie Kietselaer

De Arbeid & Gezondheidspsychologie (A&G psychologie) is een van de jongste richtingen binnen de psychologie. Het is een samensmelting van klinische psychologie, gezondheidspsychologie en Arbeid & Organisatiepsychologie (A&O psychologie). Doel van A&G psychologie is het bevorderen van welzijn en de gezondheid binnen arbeidssituaties. A&G psychologen bieden hulp en advies gericht op het welbevinden en goed presteren op het werk: motivatie, vitaliteit, effectiviteit, productiviteit, werkplezier, terugkeer naar werk en duurzame inzetbaarheid.

Een beroep dat momenteel hard nodig is als je de cijfers bekijkt: 1,3 miljoen werknemers hebben last van burn-out klachten, meldt de ‘factsheet ‘Werkstress 2022’ van TNO en de WHO heeft burn-out inmiddels erkend als officiële ziekte. 37% geeft werkdruk aan als reden van verzuim. Maar ook moeilijk of emotioneel zwaar werk en problemen met de leiding van de organisatie, collega’s of klanten zijn redenen voor verzuim.

Werkzaamheden

De werkzaamheden van een A&G psycholoog bestaan uit individuele behandelingen en coaching, identificeren van problemen en mogelijkheden op individueel, team en organisatieniveau, geven van trainingen en advisering op team- en organisatieniveau. “Mensen denken vaak dat een psycholoog de hele dag in een behandelkamer bezig is. Maar als A&G psycholoog geef je ook advies bij organisatieveranderingen, bij hoog ziekteverzuim of als een manager zijn medewerkers wil helpen gezonder te worden. Of je helpt teams met een gezamenlijk doel en samenwerking als er veel fysieke afstand is”, zegt Metsemakers.

Het werkterrein overlapt in beperkte mate met de A&O psycholoog, met name als het gaat om advisering op team- en organisatieniveau. A&O psychologen houden zich vooral bezig met personeelsselectie, loopbaanontwikkeling, training, coaching, management, en beroepskeuze. Een A&G psycholoog houdt zich bezig met motivatie, vitaliteit, effectiviteit, productiviteit, werkplezier, werkstress, ziekteverzuim, terugkeer naar werk en duurzame inzetbaarheid op individueel én op team- en organisatieniveau. “De A&O psycholoog is vooral gericht op verbeteren van samenwerking in teams en organisaties, terwijl een A&G psycholoog daarnaast ook nog gericht is op het individueel begeleiden van het werkfunctioneren, vaak na ziekteverzuim als gevolg van overspanning of burn-out. Maar beiden moeten begrijpen hoe organisaties in elkaar zitten en wat de invloed van leiderschap is op de organisatiecultuur”, vertelt Metsemakers.

Interventies

Een bedrijfsarts kan iemand doorsturen die niet meer goed functioneert of dreigt uit te vallen. Het gaat om klachten als vermoeidheid, conflicten op het werk of burn-out klachten. De interventies van een A&G psycholoog zijn gericht op terugkeer naar werk en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid van de medewerker. “Eerst breng ik in kaart wat er aan de hand is en dan kijk ik of ik het passend vind om bijvoorbeeld de leidinggevende uit te nodigen of iemand van HR. In het trajectplan staan de doelen, kansen en uitdagingen om het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid te verbeteren. Iemand met een burn-out moet eerst begrijpen en accepteren wat hem/haar/hen is overkomen om tot rust te kunnen komen. Daarna ga je onderzoeken waarom iemand zo lang over diens grenzen is gegaan en hoe je ervoor kan zorgen dat het niet meer gebeurt”, vertelt Metsemakers. “Maar niet iedereen die bij mij komt, is ziek of verzuimt. Ik coach ook managers met hoge functies die vastlopen en bepaalde patronen willen doorbreken.”

A&G psychologen zijn werkzaam bij arbodiensten, organisatie-, trainings- en selectiebureaus, re-integratiebedrijven, de GGZ of zijn zelfstandig. Ze hebben vaak te maken met bedrijfsartsen. De samenwerking kan beter.  “Ik vraag cliënten vaak hun trajectplan te bespreken met de bedrijfsarts zodat we het allemaal eens zijn met het voorgestelde traject”, zegt Metsemakers. “Ik heb nog niet vaak meegemaakt dat een bedrijfsarts persoonlijk contact opneemt. De tijd hiervoor ontbreekt vaak en er zijn te weinig bedrijfsartsen. De fysieke afstand maakt het ook erg lastig. Je loopt niet even snel bij elkaar naar binnen. Eigenlijk heb je een multidisciplinair team nodig met gezamenlijke doelen en meetings. Helaas is het nog niet zo ver.”

Opleiding

Voor A&O psychologen en beginnende master psychologen die zich willen laten omscholen tot Arbeid & Gezondheidspsycholoog NIP heeft de NSPOH een samenhangende Opleiding psycholoog Arbeid en Gezondheid NIP. Metsemakers heeft deze opleiding samen met opleider Erik Noordik ontwikkeld. “Voor geregistreerde arbeid & organisatiepsychologen NIP die werkzaam zijn op het gebied van Arbeid en Gezondheid is het ook mogelijk een EVC-traject te doorlopen. In het traject toon je met bewijsmateriaal uit je werkpraktijk aan dat je de leerdoelen van de module Individuele begeleiding en behandeling en training en/of van de module Advisering en training al hebt behaald.”

Meer weten? Ga naar Opleiding psycholoog Arbeid en Gezondheid NIP of Erkenning verworven competenties (EVC) A&G psycholoog NIP.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op 27 februari 2023

4 nascholingsmodulen voor de JGZ-professional

Datum: 28 mrt '23

Het werk van een JGZ-professional is veelzijdig: gesprekken voeren met opstandige pubers, autisme herkennen bij jonge kinderen, scholen ondersteunen bij ziekteverzuim of veelvoorkomende kwalen behandelen in de spreekkamer. Wil je up-to-date blijven of je kennis opfrissen over deze onderwerpen? Deze 5 nascholingsmodulen zijn wellicht interessant.

Communiceren

De manier waarop we communiceren met onze pubers is vaak gewelddadiger dan we denken. Volwassenen en opvoeders praten vaak ‘tegen’ de puber in plaats van ‘met’ hen. Echt praten is contact maken zonder je zin te willen krijgen. Als er echt contact ontstaat, komt de meest zwijgzame puber uit zijn schulp. Leer omgaan met puberaal gedrag, zoals weerstand, tegenzin, desinteresse, gebrek aan motivatie en ‘kort van (spreek)stof zijn’.

“Heel veel geleerd. Niet alleen het communiceren met pubers maar ook algemener, hoe ik mijn vak kan verstaan. En dat vind ik erg waardevol”  

Communiceren met pubers
Datum: 2 juni 2023
Duur: 1 dag

Autisme

Wel of geen autisme? Het is een vraag die vaak gesteld wordt in de jeugdgezondheidszorg. Bij heel jonge kinderen is het lastig om signalen van autisme te herkennen. In deze nascholing leer je de signalen van Autisme Spectrum Stoornis herkennen bij het jonge kind van 1-3 jaar.

Signalen van autisme bij het jonge kind herkennen
Datum: 9 juni 2023
Duur: halve dag

Schoolverzuim

MAZL staat voor Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen. Met MAZL wordt er proactief gereageerd op ziekteverzuim signalen. De scholen, JGZ-instellingen en gemeenten werken autonoom samen om snel de problematiek te herkennen en een passende oplossing te bieden. In deze nascholingsmodulen leer je scholen te motiveren en ondersteunen in het toepassen van de MAZL-methodiek en daarnaast te adviseren met betrekking tot ziekteverzuim.

MAZL-scholing
Datum: 13 juni 2023
Duur: 2 dagen

De spreekkamer

Leer (zelfzorg)medicatie voorschrijven, adequaat eerste hulp verlenen in de spreekkamer en de oorzaken en behandeling van de meest voorkomende kwalen zoals astma-achtige klachten, obstipatie, diarree, koorts en huidinfecties.

“Nooit geweten dat eten in de buggy gevaarlijk kan zijn”

Top 10 kleine kwalen in de spreekkamer van de JGZ
Datum: 19 juni
Duur: 1 dag

Een greep uit het nascholingsaanbod van maart

Datum: 26 jan '23

Je communicatiestijl verbeteren, kennis opfrissen over de richtlijn psychische problemen, de jeugdwet en jouw rol als arts of medisch adviseur hierin of een krachtenveldanalyse maken voor het aanpakken van complexe vraagstukken? Zo maar wat onderwerpen uit ons nascholingsaanbod van maart. We hebben ze op een rijtje gezet.

Aan de slag met de Meyers-Briggs Type Indicator

Je maakt kennis met de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI). Deze manier van kijken is gebaseerd op de karaktertypologieën volgens Jung. De Indicator beoordeelt niet maar ordent je voorkeursstijl en geeft een richting voor je vanzelfsprekende kwaliteiten en valkuilen. Het geeft inzicht in jezelf en geeft mensen de ruimte hun onderlinge verschillen beter te begrijpen.

Persoonlijke ontwikkeling via MBTI
Wanneer: 6 maart 2023
Duur: 2 dagen
Voor wie: Artsen in de public health en Arbeid & Gezondheid en arboprofessionals die een opleiding persoonlijke ontwikkeling zoeken, (meer) zelfkennis nastreven of hun contactuele vermogen willen verbeteren.

Richtlijn psychische problemen

Fris je kennis op rond de systematiek van de NVAB Richtlijn psychische problemen. Deze richtlijn met de nieuwste inzichten is meer dan ooit gebaseerd op resultaten uit onderzoek en wetenschap. Je actualiseert je kennis over de activerende benadering en je maakt kennis met de nieuwe inzichten uit deze herziene richtlijn. De aanpak van de activerende benadering met daarbij de nieuwere begrippen positieve gezondheid en de capability-benadering zijn in deze richtlijn verder versterkt.

Opfrissen richtlijn psychische problemen
Wanneer: 8 maart 2023
Duur: 1 dag
Voor wie: Verzekeringsartsen, bedrijfsartsen en arboverpleegkundigen die mensen met psychische problemen begeleiden.

Jeugdwet

De Jeugdwet wordt besproken vanuit medisch perspectief en vanuit jouw rol als arts of medisch adviseur. We bespreken de verschillende sectoren binnen de Jeugdwet en gaan in op multidisciplinaire samenwerking, jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. Ook behandelen we de impact van de Jeugdwet op indicaties voor zorg en ondersteuning.

Sociaal medische advisering in het kader van de jeugdwet
Wanneer: 9 maart 2023
Duur: 3 dagen
Voor wie: medisch adviseurs werkzaam in het sociale domein, professionals in de jeugdgezondheidszorg, stafartsen in instelling voor jeugdhulpverlening, verzekeringsgeneeskundigen en bedrijfsartsen.

Complexe vraagstukken aanpakken met de krachtenveldanalyse

In deze praktische naascholing leer je denken en kijken in termen van belanghebbenden bij jouw vraagstuk, hun rollen, belangen, maar ook hun mening en houding en de kwaliteit van de werkrelatie die jij met hen hebt. Door je op deze wijze te verplaatsen in sleutelpersonen wordt het makkelijker om inhoud en proces aan elkaar te verbinden. Je leert meervoudig te kijken, waardoor je andere dingen gaat zien en andere oplossingsrichtingen zich openen.

Krachtenveldanalyse: maak strategisch gebruik van je netwerk
Wanneer: 14 maart 2023
Duur: 2 dagdelen
Voor wie: Professionals in de publieke gezondheid en arbodienstverlening.

Terugkomdag Wiecheninstructeurs

Ben jij een gecertificeerde Van Wiechen-instructeur? Kom dan naar deze terugkomdag. Op de terugkomdag staan we stil bij de gang van zaken omtrent het instructeursschap binnen jouw organisatie en is er ruimte om ervaringen uit te wisselen. Het thema van dit jaar is communicatie. Afhankelijk van jouw moment van certificering is het mogelijk om je op deze dag te laten hercertificeren. Je bent dan weer voor 5 jaar gecertificeerd. Daarnaast wordt een inhoudelijk programma aangeboden.

Terugkomdag voor Van Wiechen instructeurs
Wanneer: 30 maart 2023
Duur: 1 dag
Voor wie: Gecertificeerde Van Wiechen-instructeurs.

Regels digitaal mediagebruik verbeteren slaap bij jongeren

Datum: 24 jan '23

Jongeren slapen eerder, langer en beter als er consequente regels gelden voor digitaal mediagebruik, blijkt uit onderzoek van arts M+G en jeugdarts KNMG Simone de Poot. Zij deed het onderzoek in het kader van haar opleiding tot arts Maatschappij en Gezondheid bij de NSPOH. “Als ik een jongere in mijn spreekkamer heb met slaapproblemen, breng ik door mijn onderzoek het digitaal mediagebruik makkelijker ter sprake bij de ouders.”

Geschreven door Lie Kietselaer

Aanleiding

Er is al veel onderzoek gedaan naar slapen bij jongeren. Zo is bekend dat ruim de helft van de Nederlandse jongere minder dan 8 uur per nacht slaapt en bijna 1 op de 5 heeft last van slaperigheid overdag. Uit die onderzoeken is ook bekend dat slaaptekort negatieve gevolgen kan hebben op schoolprestaties en cognitief functioneren. Jongeren die slecht slapen hebben meer kans op stemmingsstoornissen, gedragsproblemen, risicogedrag en middelengebruik.

In haar spreekkamer heeft arts M+G en jeugdarts KNMG Simone de Poot regelmatig te maken met jongeren die slaapproblemen hebben. Ook digitaal mediagebruik is iets van deze tijd. Het viel haar op dat ouders heel verschillend omgaan met het digitaal mediagebruik van hun kinderen. “Ik was benieuwd of er een verband was tussen de regels die ouders stellen met betrekking tot digitaal mediagebruik en slaapproblemen”, vertelt de Poot.

Onderzoeksmethode

De Poot deed een dwarsdoorsnede-onderzoek en gebruikte gegevens van 1369 jongeren van 15 en 16 jaar oud en hun ouders. De deelnemers vulden eind 2019 vragenlijsten in over digitaal mediagebruik en het wel of niet hebben van regels. De slaapkwaliteit werd bepaald aan de hand van de zogenaamde PSQI-score, een wetenschappelijk gevalideerde methode waarmee onderzoekers slaapkwaliteit kunnen meten.

Als de jongere en diens ouders beiden aangaven dat er thuis regels bestaan voor de hoeveelheid digitaal mediagebruik, dan gold dit als ‘consistente regels’. Waren hun antwoorden verschillend, bijvoorbeeld als de jongere invulde dat er geen regels bestaan en de ouders zeiden van wel, dan gold dit als inconsistente regels. Naar de inhoud van de regels, hebben de onderzoekers niet gevraagd.

Resultaten

Gemiddeld besteden jongeren van 15 en 16 jaar 5 uur en 45 minuten aan digitale media. Het gaat dan om tv kijken en het gebruik van mobiele telefoon, tablet of spelcomputer. 1 op de 3 ouders en 1 op de 4 jongeren zegt dat er thuis regels gelden voor digitaal mediagebruik. Zijn die regels consistent, dan besteden jongeren 54 minuten minder aan deze apparaten. Als er consistente regels gelden, gaan jongeren 29 minuten eerder naar bed en slapen 19 minuten langer” zegt de Poot.  “Het is belangrijk dat medisch professionals, ouders en jongeren weten dat digitaal mediagebruik van invloed is op slapen. En dat het nut heeft om regels te stellen. Want slecht of onvoldoende slapen kan negatieve gevolgen hebben voor het welzijn van jongeren. Door mijn onderzoek breng ik het onderwerp makkelijker ter sprake. Ik vraag nu of iemand lang achter een scherm zit, of er thuis gesproken wordt over digitaal mediagebruik en of er regels zijn. Dan vertel ik dat uit mijn onderzoek blijkt dat het stellen van regels verband houdt met  een betere slaap. Ik hoop dat meer artsen dit gaan bespreken in de spreekkamer”, zegt de Poot.

Pers

Het onderzoek van de Poot werd gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Het NTvG hielp de Poot bij het proces van publicatie naar persbericht en media-aandacht. Zo verscheen het onderzoek onder andere in De Gelderlander, Algemeen Dagblad en de Telegraaf. “Het is leuk dat het onderzoek zo breed in de media is opgepakt en ik vind dat ze het goed hebben weergegeven. Er is nog geen causaliteit bewezen, dus de conclusie moest genuanceerd gebracht worden en dat is gelukt. De Afdeling communicatie van het Amsterdam UMC en het NTvG hebben afgestemd met journalisten om ook causaliteit in de titel in alle media te vermijden. Conceptkoppen als ‘Jongeren slapen beter door regels voor digitaal mediagebruik’ zijn bijvoorbeeld gecorrigeerd in ‘met regels…”, zegt de Poot.

Meer weten?

Bron:

Simone de Poot,Margreet W Harskamp-van Ginkel, Tanja GM Vrijkotte
Digitale-mediagebruik en slaap bij jongeren. Gepubliceerd in Ned Tijdschr Geneeskd 2022;166:D6618

Meer gepubliceerde onderzoeken bekijken? Ga naar Publicaties wetenschappelijk onderzoek NSPOH opleidingen.

Eerste postmasteropleiding Arbeid & Gezondheidspsycholoog NIP van start in april 2023

Datum: 12 jan '23

Er is steeds meer vraag naar psychologen op het gebied van Arbeid & Gezondheid. De Netherlands School of Public and Occupational Health (NSPOH) start in april 2023 met de eerste postmasteropleiding Arbeid & Gezondheidspsycholoog NIP. Hiermee volgen master afgestudeerden psychologen en geregistreerde Arbeid & Organisatiepsychologen NIP een samenhangende opleiding waarmee zij voldoen aan de scholingseis voor de registratie Psycholoog Arbeid & Gezondheid NIP.

Zij-instroom variant

In april 2023 start de postmasteropleiding voor geregistreerde Arbeid & Organisatiepsychologen NIP. Deze zij-instroomvariant biedt hun de kans in het register Arbeid & Gezondheid te komen, zonder dat zij dingen hoeven leren waar ze al bekwaam in zijn. De zij-instroomvariant beslaat naast supervisie in totaal 214 scholingspunten, waarbij zij kiezen voor scholingsmodulen die bij hen ontbreken om tot het register toegelaten te worden. Het opleidingsprogramma bestaat uit blended onderwijs: een mix van contact- en online onderwijs, met daaromheen voorbereidende activiteiten en huiswerkopdrachten die betrekking hebben op literatuur, casuïstiek, reflectie(s) en zelf te maken (eind)opdrachten. Voor master afgestudeerde psychologen start de opleiding in 2024.

Over het beroep

Een psycholoog Arbeid en Gezondheid NIP bevordert het welzijn en de gezondheid binnen arbeidssituaties. Zij hebben specifieke kennis en deskundigheid over het begeleiden en behandelen van werkenden die (dreigen) uit (te) vallen, over psychische gezondheid en het herstel van werkfunctioneren. Ook adviseren zij hoe uitval het beste voorkomen kan worden op individueel-, team en organisatieniveau. Het werkterrein overlapt in beperkte mate met de Arbeid & Organisatiepsycholoog (voornamelijk advisering op team- en organisatieniveau) en de GZ-psycholoog (diagnostiek en behandeling van psychische klachten vaak buiten de werkcontext).

Voor meer informatie ga naar de eerste postmasteropleiding Arbeid & Gezondheidspsycholoog NIP of de website van het NIP. Of stuur een mail naar opleider/adviseur Daphne Metsemakers d.metsemakers@nspoh.nl.