Middelenverslaving kan leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid, maar er is weinig bekend over de factoren die verzekeringsartsen meewegen bij WIA-beoordelingen van deze doelgroep.
Samenvatting
Introductie
Verslaving is een onderbelicht en uitdagend probleem, waarbij normatieve opvattingen een grote rol kunnen spelen bij de oordeelsvorming. Dit kan leiden tot grote interbeoordelingsvariatie en daarmee een lagere interbeoordelaarsbetrouwbaarheid. Ook speelt de vraag of deze doelgroep juist niet verder in de problemen komt door een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het is immers bekend dat het hebben van werk juist kan bijdragen aan het herstel en een terugval kan voorkomen. Voor langdurige arbeidsongeschiktheid door verslavingsproblematiek bestaat geen richtlijn. Ook is er geen literatuur over de oordeelsvorming van verzekeringsartsen bij deze specifieke doelgroep. Dit vergroot het risico op interbeoordelingsvariatie. Dit kwalitatieve onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen welke factoren (verzekerings)artsen in de overweging meenemen bij het beoordelen van WIA-aanvragen van cliënten met middelenverslaving.
Methode
Het betreft een kwalitatieve, exploratieve studie waarbij semigestructureerde diepte-interviews aan de hand van een fictieve casus zijn afgenomen bij zeven (verzekerings)artsen die werken met de WIA. (Verzekerings)artsen met minimaal één jaar ervaring met WIA-beoordelingen en die ten minste in het derde opleidingsjaar zaten, werden geïncludeerd. De interviews zijn door de onderzoeker afgenomen. Hiervan zijn geluidsopnames gemaakt en deze zijn getranscribeerd. De tekstfragmenten zijn thematisch geanalyseerd en gecodeerd met behulp van het softwareprogramma Atlas.ti.
Resultaten
De door UWV-(verzekerings)artsen meegewogen factoren bij een WIA-beoordeling van cliënten met een middelenverslaving werden geclusterd in bevindingen tijdens het spreekuur, ziektegerelateerde factoren en professionele visie. Opvallend was dat er een sterk uiteenlopende mate van belastbaarheid werd vastgesteld, afhankelijk van de beoordelend arts, waarbij dezelfde factoren soms tegengesteld werden gewogen. Dit patroon werd ook gezien bij de overwegingen voor de prognose, waarbij factoren werden ingedeeld in ziektegerelateerd, behandeling & herstelgedrag en overig. Artsen ervaarden diverse dilemma’s bij beoordelingen met verslavingsproblematiek. Daarnaast bestond een brede behoefte aan ondersteunende literatuur.
Conclusie
Dit onderzoek biedt inzicht in de factoren die artsen bij het UWV betrekken bij de beoordeling van WIA-aanvragen van cliënten met middelenverslaving en onderstreept de noodzaak van zowel richtlijnontwikkeling als kwantitatief vervolgonderzoek.