Ga naar de inhoud

Signaleren van psychosociale problemen bij 10- tot 12-jarigen in Nederland: de SIPP-studie

Over dit artikel

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verstaat onder gezondheid zowel de afwezigheid van ziekten, waaronder mentale problemen, als de aanwezigheid van fysiek, mentaal en sociaal welbevinden. Eerder onderzoek in Nederland constateerde een achteruitgang in het welbevinden van 11-12 jarige kinderen. Dit benadrukt het belang van vroegtijdig signaleren en kinderen ondersteunen in weerbaarheid en veerkracht.

Samenvatting

Inleiding:
Recente bevindingen uit de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-studie benadrukken een alarmerende toename van psychosociale problemen onder 10- tot 12-jarigen, van 14% in 2017 tot 33% in 2021. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Utrecht heeft echter al jaren een stabiel detectiepercentage voor psychosociale problemen van ongeveer 8%. Deze studie had als doel te onderzoeken of het aanvullen van routinematige periodieke ontwikkelingsbeoordelingen, met gestandaardiseerde welzijnsvragen met smiley-antwoorden die naast de standaardprocedure aan kinderen worden toegediend, de detectie van psychosociale problemen in deze leeftijdsgroep verbetert. Daarnaast onderzochten we de identificatie van verschillende soorten psychosociale problemen.

Methode:
In totaal ondergingen 542 kinderen van 10-12 jaar een routinematige periodieke ontwikkelingsbeoordeling. De controlegroep (n=256) ontving de standaardprocedure (oudervragenlijst, Strenghts and Difficulties Questionnaire (SDQ) voor de ouders en een niet-gestandaardiseerd screeningsgesprek met het kind), terwijl kinderen in de interventiegroep (n=286) een mondelinge welzijnsvragenlijst met smiley-antwoorden ontvingen in plaats van het niet-gestandaardiseerde interview. Vervolgconsulten werden aangeboden wanneer de SDQ-scores verhoogd waren, wanneer ouders vragen hadden, wanneer het screeningsgesprek afwijkingen opleverde of wanneer een of meer welzijnsvragen met ‘neutraal’ tot ‘slecht’ werden beantwoord. Tijdens het vervolgconsult registreerde de jeugdgezondheidszorgprofessional de nauwkeurigheid van de meting, documenteerde de aard van de problemen en evalueerde de noodzaak van aanvullende zorg of ondersteuning.

Bekijk ook

Associaties tussen actief bewegen als peuter en de motorische vaardigheden als kleuter 

Anne-Marthe Jongbloed-Telgenhof - PH292

Wetenschappelijk conceptartikel

De Motor&Moves@5studie richt zich op de motorische ontwikkeling van jonge kinderen. In Nederland nemen de motorische vaardigheden van basisschoolleerlingen af....

Opvattingen over vapen en roken onder Nederlandse jongeren kwantitatief in kaart gebracht

Koen Kors-Wichers – PH335

Wetenschappelijk conceptartikel

Het gebruik van e-sigaretten is aan een opmars bezig, ook onder jongeren. Het werd geïntroduceerd als ‘minder schadelijk’ alternatief of...

Op het moment dat het echt fout gaat, dan herken je pas het probleem.

Dries Jansen - PH222

Wetenschappelijk conceptartikel

Hulpbehoeften en hulpzoekgedrag van jongeren zonder steunend netwerk Samenvatting Inleiding/Doel:Er is een toename van het aantal jongeren dat kampt met...