In een kwalitatief onderzoek is gekeken naar de opvattingen binnen gemeenten en GGD over huidige en gewenste positie en rol van de GGD als adviseur van gemeenten over gezondheidsadvisering.
Samenvatting
De Wet Publieke gezondheid bepaalt dat de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’en) een adviserende rol moeten vervullen aan lokale overheden, maar de kwaliteit en effectiviteit van het GGD-advies worden zelden gedocumenteerd en gecontroleerd. Recent onderzoek toonde bovendien aan dat GGD’en en beleidsmakers verschillende meningen hebben over de rol van de GGD als adviseur.
Het doel van deze studie was om te beoordelen hoe de GGD in de Nederlandse provincie Friesland de 24 lokale overheden effectief en adequaat kan adviseren. Er werd literatuuronderzoek gedaan, evenals individuele interviews en focusgroepen met belanghebbenden.
Dit onderzoek toont aan dat de GGD uitstekend in staat is om feiten en kwantitatieve gegevens te verstrekken en samen te werken aan volksgezondheidsvraagstukken. Voor veel andere beleidsvormingszaken is de rol van de GGD echter niet precies duidelijk voor zowel de medewerkers van de GGD’en als de lokale overheid. Over het algemeen werken de medewerkers van de GGD niet efficiënt samen. Ze hebben verschillende meningen over hoe ze de lokale overheden zouden moeten adviseren. De lokale overheden pleitten ervoor dat de GGD proactiever zou moeten optreden. Ze willen samen – als ‘eigenaar’ van de regionale GGD’en – bepalen op welke onderwerpen de inbreng van de GGD’en gewaardeerd wordt.
Deze studie schetst de thema’s waarop afspraken gemaakt moeten worden voor een effectievere samenwerking tussen lokale overheden en hun GGD’en.