Ga naar de inhoud

Besluitvorming rondom BCG-vaccinatie voor zuigelingen.

Over dit artikel

Een kwalitatief onderzoek in de regio GGD Gelderland-Zuid

De opkomst voor de kosteloze BCG-vaccinatie bij zuigelingen in Nederland is met ongeveer 50% relatief laag. Dit onderzoek verkent de overwegingen van ouders bij de beslissing om hun kind wel of niet te laten vaccineren met het BCG-vaccin.

Samenvatting

Inleiding
Het bacillus Calmette-Guérin (BCG)-vaccin beschermt vooral bij jonge kinderen tegen ernstige ziektebeelden van tuberculose en sterfte. BCG-vaccinatie wordt in Nederland kosteloos aangeboden door GGD’en aan zuigelingen (kinderen < 1 jaar) van wie ten minste één van de ouders afkomstig is uit een land met een tuberculose incidentie van meer dan 50 per 100.000 inwoners. Ongeveer de helft van de uitgenodigde kinderen komt ook daadwerkelijk naar de GGD voor vaccinatie. Het is onbekend waarom het opkomstpercentage zo laag is. Het doel van dit onderzoek is om te exploreren wat de overwegingen van ouders zijn om hun zuigeling al dan niet te laten vaccineren met het BCG-vaccin.

Methode
Er werd kwalitatief onderzoek verricht via 11 semigestructureerde interviews met ouders van zuigelingen die waren uitgenodigd voor BCG-vaccinatie. De interviews vonden telefonisch plaats aan de hand van een interview guide, in het Nederlands of Engels.
Deductieve analyse in ATLAS.ti(v23) werd uitgevoerd op basis van een framework, gebaseerd op het Precaution Adoption Process Model, het Health Belief Model en de Theory of Planned Behaviour.

Resultaten
Deelnemers beschreven tuberculose als een ernstige, besmettelijke ziekte. De meeste deelnemers merkten op dat de kans op besmetting in Nederland laag is, vooral in vergelijking met hun land van herkomst. De meesten dachten dat de BCG-vaccinatie besmetting met tuberculose voorkomt. De milde bijwerkingen, zoals littekenvorming, werden gezien als acceptabel in verhouding met de voordelen van bescherming. Vooral het behouden van een goede gezondheid van hun kind(eren) stond voor deelnemers centraal, alsook het voorkomen van ziekte en behandeling. Volgens deelnemers veranderden sociale normen rond vaccinaties, maar beïnvloedde dit hun keuze niet. De meeste deelnemers voelden zich in staat om zelfstandig te beslissen over BCG-vaccinatie, soms na overleg met naasten of het zoeken van aanvullende informatie. Belemmeringen werden vooral  ervaren in de bereikbaarheid van de locatie.

Discussie
BCG-vaccinatie biedt zowel individuele als collectieve voordelen. Deelnemers leken onvolledige (medisch inhoudelijke) kennis over tuberculose en BCG-vaccinatie te hebben, hun risico-inschatting werd vooral bepaald door hun ervaringen. Deelnemers benadrukten het belang van de gezondheid en toekomst van hun kinderen. Een positieve benadering in de uitnodigingsbrief, die aansluit bij deze waarden, kan de vaccinatiebereidheid mogelijk vergroten. Ouders leken zelf, na overleg met naasten of het zoeken van informatie, redelijk goed te kunnen inschatten of BCG-vaccinatie waardevol is voor hun kind. Met juiste voorlichting en betere samenwerking met de jeugdgezondheidszorg kan de indicatiestelling geoptimaliseerd worden.

Bekijk ook

Mogelijke knelpunten en oplossingen van AIOS bij het volbrengen van hun onderzoekstraject

Frank Slotman - OH122

Wetenschappelijke publicatie

Het doen van wetenschappelijk onderzoek is onderdeel van de opleiding geneeskunde. Een van de eindtermen is een beperkt empirisch onderzoek...

Wanneer verricht de verzekeringsarts lichamelijk onderzoek bij een cliënt?

Joy van den Berg - OH158

Wetenschappelijke publicatie

Middels deze kwalitatieve studie zijn de overwegingen van verzekeringsartsen om wel of geen lichamelijk onderzoek te verrichten tijdens beoordelingen onderzocht...

Medisch handelen bij chronisch zieke kinderen in het (speciaal) basisonderwijs in regio Gelderland-Midden

Michelle Haagmans - PH133 en Margreet de Wolff - PH147

Wetenschappelijke publicatie

Sinds de invoering van de Wet passend onderwijs in 2014 kunnen scholen vaker te maken krijgen met de vraag om...