030 810 05 00

Of stuur ons een e-mail

Menu
Veel gestelde vragen over praktijkopleiders Sociale Geneeskunde

Veel gestelde vragen over praktijkopleiders Sociale Geneeskunde

Wil je praktijkopleider worden van aios Sociale Geneeskunde, of heb je vragen over de feitelijke invulling hiervan? Dan vind je op deze pagina veel informatie. Heb je naar aanleiding van deze informatie vragen? Neem dan gerust contact met ons  op.

1. Aan welke voorwaarden moet ik voldoen om praktijkopleider te worden?

Als praktijkopleider:

  • Ben je tenminste drie jaar geregistreerd als sociaalgeneeskundige in het desbetreffende specialisme. Je bent bovendien werkzaam in één of meer voor het specialisme relevante functies.
  • Heb je in de drie maanden voordat je praktijkopleider werd, in een voor het specialisme relevante functie gewerkt binnen de opleidingsinstelling. Is de instelling waar je werkt nog niet erkend als opleidingsinstelling? Laat je organisatie dan de aanvraag daartoe tegelijkertijd met jouw aanvraag tot praktijkopleider indienen.
  • Ben je tenminste zestien uren per week werkzaam binnen de opleidingsinstelling.
  • Ben je door de opleidingsinstelling onder voorbehoud van erkenning aangewezen als opleider. Je taken en bevoegdheden komen overeen met de taken en bevoegdheden, zoals die beschreven zijn in het opleidingsbeleid.
  • Ben je bereid als praktijkopleider te fungeren en aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
  • Heb je een specifieke didactische training gevolgd.
  • Ben je lid van de betreffende wetenschappelijke specialistenvereniging.
    (Naar Kaderbesluit CSG: A.1.aa; C.2)

2. Hoeveel uur per week besteed ik als praktijkopleider aan de begeleiding van de aios?

Gemiddeld besteed je als praktijkopleider twee uur per week aan begeleiding. Als je de begeleiding hebt gedelegeerd aan een ander, zorg je ervoor dat je tenminste twintig uur per jaar zelf beschikbaar bent voor de aios.
(Naar Kaderbesluit CSG: C.4)

3. Wat zijn mijn werkzaamheden als praktijkopleider?

  • Samen met de deelnemer en de instituutsopleider van de NSPOH stel je aan het begin van de opleiding het opleidingsprogramma vast.
  • Gedurende de opleiding zorg je ervoor dat de aios onderwijs volgt in het kader van de praktijkopleiding.
  • Je bent verantwoordelijk en beschikbaar voor de aios, onderhoudt persoonlijk contact en je bent voldoende bereikbaar.
  • Je neemt deel aan docentenoverleg, opleidingen en trainingen voor praktijkopleiders.
  • Je toetst de competentieontwikkeling van de aios. Het Handboek Modernisering Medische Vervolgopleidingen Sociale Geneeskunde biedt handvatten voor de te gebruiken toetsinstrumenten en de frequentie waarmee getoetst wordt. In bijlage 4 van het Handboek staat over welke competenties een opleider dient te beschikken.
  • Samen met de instituutsopleider beoordeel je de geschiktheid van de aios. Deze toets vindt op diverse momenten tijdens de opleiding plaats.

(Naar Kaderbesluit CSG: C.4 en Handboek Modernisering o.a. 6.3 en 7.3. Protocol toetsing en beoordeling).

4. Hoeveel dagen opleiding moet ik als praktijkopleider volgen?

De training voor praktijkopleiders bestaat uit een startprogramma van drie dagen en een jaarlijkse dag voor didactische scholing.
Het bijwonen van zo’n jaarlijkse terugkomdag is verplicht. Doe je dat niet, dan kan dat consequenties hebben bij hernieuwing van de erkenning. Het kan ook leiden tot een tussentijdse nieuwe beslissing van de RGS (intrekking van de erkenning of het omzetten in een erkenning van kortere duur of onder voorwaarden).
(Naar Kaderbesluit CSG: C.4 en Handboek Modernisering Bijlage 4 Professionalisering van de opleider).

5. Wat doet de NSPOH als opleidingsinstituut?

Als opleidingsinstituut coördineert de NSPOH de medische vervolgopleidingen Sociale Geneeskunde. Wij regelen de uitvoering van de opleiding van de aios, verzorgen het instituutsonderwijs en stellen per aios een NSPOH-instituutsopleider aan.
(Bron Kaderbesluit CSG A.1.cc)

6. Wat is een opleidingsinstelling?

De opleiding van een aios bestaat uit een deel praktijkopleiding en een deel instituutsopleiding. De praktijkopleiding vindt plaats in door de RGS erkende opleidingsinstellingen (Naar Kaderbesluit CSG  A.1.cc). De praktijkopleiding valt tevens onder verantwoordelijkheid en begeleiding van een door de RGS erkende praktijkopleider.
Erkenning van een opleidingsinstelling vereist dat de opleidingsinstelling een volwaardige praktijkopleiding heeft geregeld. Dat moet blijken uit het opleidingsbeleid van de instelling.

7. Aan welke voorwaarden moet een instelling/werkgever voldoen om erkend te worden als opleidingsinstelling?

De opleidingsinstelling:

  • verleent individuele gezondheidszorg in het specialisme of profiel waarvoor erkenning wordt aangevraagd.
  • verleent haar diensten conform de wetgeving en voldoet aan door de wetgeving gestelde kwaliteitseisen.
  • heeft een opleidingsbeleid voor sociaal geneeskundigen.
  • heeft een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de NSPOH voor het uitvoeren van de opleiding.
  • wijst een waarnemend praktijkopleider aan als de praktijkopleider zijn taken niet kan uitoefenen.
  • informeert de RGS bij belangrijke wijzigingen. Bijvoorbeeld bij vermindering van de werkzaamheden van de praktijkopleider en/of aios.
    Naar Kaderbesluit CSG C.7, C10 en C11)

8. Waar vraag ik erkenning aan als praktijkopleider en waar vraagt mijn organisatie erkenning aan als opleidingsinstelling?

De erkenningen worden aangevraagd bij – en toegekend door – de RGS.
(Naar Kaderbesluit CSG: C14 t/m C25).

9. Wat is een opleidingsbeleid?

Een opleidingsbeleid is een document waarin de opleidingsinstelling heeft vastgelegd hoe het de praktijkopleiding heeft ingericht. Het doel: zorgen dat de aios aan de opleidingseisen kan voldoen.
Zaken die aan bod komen zijn:

  • Faciliteiten voor en werkzaamheden van praktijkopleider en aios.
  • Afspraken met de NSPOH over trainingen voor praktijkopleiders.

Het opleidingsbeleid borgt dat de deelnemer een opleidingsomgeving heeft, die het hem mogelijk maakt om aan de opleidingseisen te voldoen.
(Naar Kaderbesluit CSG: C.9)

10. Wat is een samenwerkingsovereenkomst?

Een samenwerkingsovereenkomst is een overeenkomst tussen de opleidingsinstelling en de NSPOH, die door beide directies is ondertekend.
Het bevat een overzicht van alle afspraken, taken en verantwoordelijkheden die de betrokken partijen hebben gemaakt om de praktijkopleiding te realiseren. Wij beschikken over een standaard samenwerkingsovereenkomst die je hier kunt inzien. Je kunt hem ook opvragen bij de contactpersoon van je opleiding.

11. Wat is een samenwerkingsverband?

Mogelijk voldoet de instelling waarbij je werkt niet aan de eisen tot erkenning. In dat geval kan de instelling een samenwerkingsverband aangaan met een of meerdere instellingen, waardoor het samenwerkingsverband in zijn geheel wél voldoet aan de eisen tot erkenning.
Daarbij heeft de RGS vastgesteld dat de organisatie die erkend wordt een rechtspersoon moet zijn. Deze organisatie is bovendien verantwoordelijk voor het opleidingsbeleid. Aios en praktijkopleiders zijn daar in dienst.
(Naar Kaderbesluit CSG: C.8 en website KNMG.)

12. Wat houdt Educatief Partnerschap in?

De opleidingsinstelling en de NSPOH vormen samen een Educatief Partnerschap. Samen stemmen wij ontwikkeling en uitvoering van de medische vervolgopleiding af. Samen zijn wij verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opleiding. Deze afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Wij organiseren van tijd tot tijd bijeenkomsten. Daar wissel jij, als praktijkopleider, ideeën uit met instituutsopleiders over de verdere ontwikkeling van de medische vervolgopleiding. Soms zijn hier ook andere contactpersonen bij aanwezig.

13. Waar vind ik de relevante regelgeving van de RGS?

De relevante regelgeving van de RGS vind je via de volgende links